en fy eu mk sl ga

Oare Wurden

2017-06-23 13:55 —

Glokalisten

Maartje Duin

Het is warm in San Sebastian, zoals Donostia heet in het Spaans. Maar in de gewelfde kelderruimte van het Victoria Eugenia theater houdt men de hoofden koel voor een avond poëzie in drie minderheidstalen: het Baskisch, Catalaans en het Bildts. Ik ben gekomen voor de laatste. Voor Gerard de Jong, hier als writer in residence voor het programma Other Words. ‘Seeslag’ heet zijn eerste gedicht, ‘De lysters singe dyn naam niet meer’ zijn tweede. Trefzeker draagt Gerard ze voor; aan niets is te merken dat hij, van huis uit journalist, dit voor het eerst doet. Toch is het een absurde ervaring om de Bildtse strofes, begeleid door een beverige violist, door de ruimte te horen galmen. Zonder uitgeprinte vertaling verstaat niemand er een woord van. Voor Gerards Baskische collega’s is er echter niets lachwekkends aan. Ze zijn opgetogen over zijn voordracht. ‘De klanken deden me denken aan een jeugdvriendin die Fries sprak’, zegt een jonge dichteres. ‘Very powerful,’ knikt een ander. ‘Het is zo belangrijk dat minderheidstalen op avonden als deze hun vleugels uitslaan.’ Gerard geniet zichtbaar van de bijval. Het is voor het eerst dat ik hem onder gelijkgestemden zie.

Gerard de Jong, tweede van links, tijdens Poetry and Thought in San Sebastian

 

Als radiomaker voor het documentaire programma van NPO Radio 1 zoek ik onderwerpen die de luisteraar bijna 40 minuten blijven boeien. Toen ik Gerard de Jong ontmoette, wist ik meteen: dit is er zo een. We werden aan elkaar voorgesteld op een anti-Trump fundraiser in Amsterdam. Gerard vertelde me over de Bildtse Post, het door zijn overgrootvader opgerichte weekblad, waarvan hij het hoofdredacteurschap van zijn grootvader had geërfd. Over de Bildtse taal, waarvan de toekomst met 6000 sprekers onzeker is. En over de gemeente het Bildt, die per 1 januari 2018 onder Fries bestuur komt te vallen. Gerard vreesde dat de toch al schaarse initiatieven voor het behoud van de Bildtse taal daarmee onder druk zouden komen. Om tegenwicht te bieden aan deze ontwikkelingen ging hij de eerste roman in het Bildts schrijven. Niet op het Bildt, maar in Baskenland, waarna zijn boek vertaald worden zou worden in het Macedonisch, Sloveens, Gallisch en Baskisch. In zijn plannen werd hij gesteund door zijn Koerdische vriendin Beri: zij wist als geen ander wat taalonderdrukking was.

Tot dusver had ik Gerard zijn verhaal instemmend aangehoord, maar op dit punt begon het me te duizelen. Dat had alles te maken met mijn eigen ervaring met taalbehoud. Eind jaren negentig werd ik aan de Universiteit van Amsterdam opgeleid tot beschrijvend taalwetenschapper, gespecialiseerd in Mexicaanse indianentalen. Veel van die talen werden met uitsterven bedreigd en taalkundigen werkten hard om de sprekers iets van een geschreven traditie bij te brengen. Talen zijn cultureel erfgoed, leerde ik, maar vormen samen ook een linguïstisch ecosysteem. En zoals biodiversiteit belangrijk is voor het milieu, zo geeft een veelheid aan talen ons inzicht in alle uitdrukkingsmogelijkheden die de mens tot zijn beschikking heeft – of heeft gehad. Taalbehoud heeft echter een veel hoger so what? gehalte dan het redden van een zaad of diersoort. En toen ik zag dat de Mexicaanse Otomí-jongeren die ik hielp met lezen en schrijven in hun eigen taal, liefst zo snel mogelijk Spaans leerden om werk te vinden in de grote stad, werd ik moedeloos. Ging het streven naar taaldiversiteit nog om de mensen zelf? Of was het een abstract ideaal van linguïsten, die als moderne Don Quichotes tegen de onvermijdelijke globalisering vochten?

Gerard de Jong met collega-dichter Iñigo

 

In 2017, lang nadat ik de taalwetenschap voor de journalistiek had verruild, was hechten aan het eigene in nog een ander perspectief komen te staan: die van conservatieve nationalisten die reppen van ‘oikofobie’ en een Nationaal Historisch Museum verkiezen boven een multicultureel kunstaanbod. Waar, vroeg ik me af, stond Gerard op dit continuüm van weltfremdheid en behoudzucht? Het antwoord kreeg ik in Donostia. De Basken hadden hem als een held onthaald, vertelde Gerard. Natuurlijk waren er verschillen tussen Basken en Bilkerts. De strijd voor behoud van de Baskische taal - onderdeel van een breder streven naar autonomie - ging met het nodige bloedvergieten gepaard. Nog steeds ondervinden de Basken discriminatie van de Spaanse Guardia Civil, een soort marechaussee. Tegelijk is het Baskisch, dankzij een revival na het Franco-regime, met 700.000 sprekers een van de meest succesvolle Europese minderheidstalen. Het hele curriculum van kleuterschool tot universitair onderwijs kunnen Basken volgen in hun eigen taal. Gerard kon weliswaar niet getuigen van grote onderdrukking van het Bildts. Maar dat hij een niet erkende minderheidstaal met zó weinig sprekers vertegenwoordigde, gaf respect. Dat Bilkerts zonder slag of stoot akkoord waren gegaan met de gemeentelijke herindeling, begrepen de Basken net zo min als Gerard. En wat hem bond aan zijn Beri hoefde hij niet eens uit te leggen.

Op de poëzieavond maak ik voor het eerst kennis met de nieuwe generatie wereldburgers: de zogenaamde ‘glokalisten’. Jonge mensen die er alles voor doen om hun eigen lokale identiteit te behouden, maar tegelijk de blik naar buiten richten. Deze Basken zijn betrokken bij de Koerdische strijd, maar ook bij die van de Palestijnen, de Riffijnen, Armeniërs en Georgiërs. Ze zijn hoogopgeleid, reizen de wereld rond en hebben een lobbykantoor in New York om de hoek bij de Verenigde Naties. ‘Jullie weten meer van het Bildts dan de Nederlanders’, hoor ik Gerard zeggen tegenover zijn welwillend gehoor. En ik begrijp: hier spreekt geen bekrompen patriot of ivoren toren wetenschapper, maar een glokalist.

 

Maartje Duins radiodocumentaire over Gerard de Jong wordt naar verwachting in januari 2018 uitgezonden in het programma Radio Doc (VPRO, NPO Radio 1). www.maartjeduin.nl

 

 

 

  • 2017-06-26 Idoia Noble

    Gorgeous view!